HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klokken — definition

Conjugation of klokken

Regular CEFR C1
ˈklɔkə(n)

een geluid voortbrengen dat als "klok" klinkt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klok
jij / je klokt
hij / zij / het klokt
wij / we klokken
jullie klokken
zij / ze klokken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik klokte
jij / je klokte
hij / zij / het klokte
wij / we klokten
jullie klokten
zij / ze klokten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klokke
jij / je klokke
hij / zij / het klokke
wij / we klokken
jullie klokken
zij / ze klokken
Aanvoegende wijs — verleden
ik klokte
jij / je klokte
hij / zij / het klokte
wij / we klokten
jullie klokten
zij / ze klokten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klok
jullie (archaïsch) klokt

Onbepaalde vormen

Infinitief
klokken
Tegenwoordig deelwoord
klokkend
Voltooid deelwoord
geklokt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary