HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spelen — definición

Conjugation of spelen

Regular CEFR A1
/ˈspeːlə(n)/

~ met onvoorzichtig/ondoordacht/onbezonnen omgaan met iets kostbaars Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik speel
jij / je speelt
hij / zij / het speelt
wij / we spelen
jullie spelen
zij / ze spelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik speelde
jij / je speelde
hij / zij / het speelde
wij / we speelden
jullie speelden
zij / ze speelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spele
jij / je spele
hij / zij / het spele
wij / we spelen
jullie spelen
zij / ze spelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik speelde
jij / je speelde
hij / zij / het speelde
wij / we speelden
jullie speelden
zij / ze speelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij speel
jullie (archaïsch) speelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spelen
Tegenwoordig deelwoord
spelend
Voltooid deelwoord
gespeeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary