Betekenis van bezoek | Babel Free
bəˈzukDefinities
- het bezoeken, de visite
- de personen die op visite zijn of komen, de verzamelde bezoekers
Voorbeelden
“Ik ga vanavond bij jou op bezoek.”
I am going to pay you a visit tonight.
“We hebben bezoek.”
We have visitors.
“Zij gingen even een bezoek afleggen.”
“Het bezoek aan het museum was zeer de moeite waard.”
“Dat dit een eenmalig bezoek betrof, stond bij haar vast.”
“'Heb je sinds ons bezoek aan de schouwburg nog een ander stuk gezien, Thea?' vraagt Jacob.”
“Ik kreeg zeer veel bezoek op mijn verjaardag.”
“De museumdirecteur was heel blij met het vele bezoek dat de tentoonstelling mocht ontvangen.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free