Betekenis van blij | Babel Free
blɛi̯Definities
- vrolijk van stemming
- opgelucht
-
vreugde oproepend, stemmend tot blijdschap/vreugde impersonal
-
dwaas, onnozel informal
Equivalenten
Español
feliz
Voorbeelden
“Als de straten wit zijn, zijn de kinderen blij.”
If the streets are white, the children are happy.
“Ik ben blij dat je er bent.”
I'm glad that you're here.
“Er waren veel blije mensen te zien bij de inauguratie van president Obama.”
“Zij was heel blij toen zij de goede uitslag van haar examen hoorde.”
“’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden. Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.”
“Wat ben ik blij dat jij het maar bent.”
“In een interview in 2009 met Mare zei Buikhuisen dat hij nog altijd last had van de affaire. Hij zei nog elke keer te hopen op een verontschuldiging als hij post kreeg van de universiteit. "Dat ze gewoon een beetje erkennen: we zijn toch wel tekortgeschoten. Ik zou daar heel blij mee zijn."”
“Ik heb een blijde boodschap.”
“Doe niet zo blij, man!”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free