HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van blij | Babel Free

Bijvoeglijk naamwoord CEFR A1 Common
blɛi̯

Definities

  1. vrolijk van stemming
  2. opgelucht
  3. vreugde oproepend, stemmend tot blijdschap/vreugde
    impersonal
  4. dwaas, onnozel
    informal

Equivalenten

Español feliz

Voorbeelden

“Als de straten wit zijn, zijn de kinderen blij.”

If the streets are white, the children are happy.

“Ik ben blij dat je er bent.”

I'm glad that you're here.

“Er waren veel blije mensen te zien bij de inauguratie van president Obama.”
“Zij was heel blij toen zij de goede uitslag van haar examen hoorde.”
“’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden. Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.”
“Wat ben ik blij dat jij het maar bent.”
“In een interview in 2009 met Mare zei Buikhuisen dat hij nog altijd last had van de affaire. Hij zei nog elke keer te hopen op een verontschuldiging als hij post kreeg van de universiteit. "Dat ze gewoon een beetje erkennen: we zijn toch wel tekortgeschoten. Ik zou daar heel blij mee zijn."”
“Ik heb een blijde boodschap.”
“Doe niet zo blij, man!”

ERK-niveau

A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
See all A1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk blij gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free