HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hopen — definition

Conjugation of hopen

Regular CEFR B1
ˈɦoː.pə(n)

wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hoop
jij / je hoopt
hij / zij / het hoopt
wij / we hopen
jullie hopen
zij / ze hopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hoopte
jij / je hoopte
hij / zij / het hoopte
wij / we hoopten
jullie hoopten
zij / ze hoopten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hope
jij / je hope
hij / zij / het hope
wij / we hopen
jullie hopen
zij / ze hopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hoopte
jij / je hoopte
hij / zij / het hoopte
wij / we hoopten
jullie hoopten
zij / ze hoopten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hoop
jullie (archaïsch) hoopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hopen
Tegenwoordig deelwoord
hopend
Voltooid deelwoord
gehoopt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary