Betekenis van broek | Babel Free
brukDefinities
- kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
- een drassig/moerassig gebied
- de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot
Voorbeelden
“Mijn broek is te lang.”
My trousers are too long.
“Ook bij de elegante, wijde pantalons met korte jasjes die de afgelopen week voortdurend voorbij kwamen op de catwalks in Milaan en Parijs - het moet raar lopen, wil de broek met rechte, wijde pijpen geen succes worden - gingen de gedachten geregeld naar Lanvin. Lanvin is een referentiepunt geworden in de mannenmode.”
“Het water werd langzaam bruin en mijn kleren weer schoon. Ik wrong alles uit en hing mijn druipende shirt, sokken en broek op het balkon.”
“Een wijde zwarte broek die onder het lopen opbolde als een matrozenbroek.”
“De rijkdom was onuitgesproken aanwezig in de snit van haar roze zijden blouse, in haar stoere broek en haar rookgerei.”
“Vanaf Asten liep vroeger een voetpad door het broek van Asten, Ommel en Vlierden richting Brouwhuis en Helmond.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free