Betekenis van rijkdom | Babel Free
ˈrɛi̯k.dɔmDefinities
- het bezitten van veel geld en goud
- het bezitten van andere waarden zoals geluk
- gewoonlijk meervoud de bezittingen die iemand rijk maken
- overvloed
Equivalenten
Voorbeelden
“Hij leefde in grote rijkdom.”
“De broeders vonden het ontoelaatbaar dat ze van het toppunt van waardigheid, invloed, macht en al die rijkdom naar beneden tuimelden door de lectuur van één boekje; daarom vielen ze de auteur aan.”
“Het was vooral een herinnering aan al die dingen waaraan hij vermeed te denken, de laatste jaren tenminste, aan hoe makkelijk het was geweest om van armoede tot rijkdom te komen, al hield hij niet van dat woord.”
“Hij had niet veel geld, maar beschouwde zijn gezin en zijn gezondheid als rijkdom.”
“De rijkdommen die hij daar te zien kreeg, verbijsterden hem.”
“In het oerwoud is een rijkdom van bomen en planten te vinden.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free