HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bomen — definition

Conjugation of bomen

Regular CEFR B1
ˈboː.mə(n)

langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boom
jij / je boomt
hij / zij / het boomt
wij / we bomen
jullie bomen
zij / ze bomen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boomde
jij / je boomde
hij / zij / het boomde
wij / we boomden
jullie boomden
zij / ze boomden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bome
jij / je bome
hij / zij / het bome
wij / we bomen
jullie bomen
zij / ze bomen
Aanvoegende wijs — verleden
ik boomde
jij / je boomde
hij / zij / het boomde
wij / we boomden
jullie boomden
zij / ze boomden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boom
jullie (archaïsch) boomt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bomen
Tegenwoordig deelwoord
bomend
Voltooid deelwoord
geboomd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary