HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← planten — definición

Conjugation of planten

Regular CEFR B1
/ˈplɑntə(n)/

in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plant
jij / je plant
hij / zij / het plant
wij / we planten
jullie planten
zij / ze planten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plantte
jij / je plantte
hij / zij / het plantte
wij / we plantten
jullie plantten
zij / ze plantten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plante
jij / je plante
hij / zij / het plante
wij / we planten
jullie planten
zij / ze planten
Aanvoegende wijs — verleden
ik plantte
jij / je plantte
hij / zij / het plantte
wij / we plantten
jullie plantten
zij / ze plantten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plant
jullie (archaïsch) plant

Onbepaalde vormen

Infinitief
planten
Tegenwoordig deelwoord
plantend
Voltooid deelwoord
geplant

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary