Betekenis van armoede | Babel Free
ˈɑrˌmu.dəDefinities
de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft
Equivalenten
Voorbeelden
“De armoede van het gezin was schrijnend nadat beide ouders hun werk verloren.”
“Armoede is een relatief begrip, de arme van nu leeft comfortabeler dan de rijke van 100 jaar geleden.”
“De blik in zijn ogen hield het midden tussen gêne en schaamte. De wanstaltige gedaante van armoede die openlijk aan hem voorbijtrok was hier verantwoordelijk voor.”
“Angst voor mijn eigen soort was het gevolg van vijf jaar gevangenisstraf en terwijl ik las, en ik las veel, ontdekte ik dat ik op een continent was beland waar die angst was verheven tot beschaving, dus toen werden de angsten voor mensen nóg erger, en ik cultiveerde afschuw voor hun achterlijkheid en armoede, ik was jong en ik verzette me tegen onze gelijkenissen, zo ontstond de walging, de afkeer en de verloochening.”
“Het was vooral een herinnering aan al die dingen waaraan hij vermeed te denken, de laatste jaren tenminste, aan hoe makkelijk het was geweest om van armoede tot rijkdom te komen, al hield hij niet van dat woord.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free