HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pijpen — definición

Conjugation of pijpen

Regular CEFR B2
/ˈpɛi̯.pə(n)/

een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pijp
jij / je pijpt
hij / zij / het pijpt
wij / we pijpen
jullie pijpen
zij / ze pijpen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pijpte
jij / je pijpte
hij / zij / het pijpte
wij / we pijpten
jullie pijpten
zij / ze pijpten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pijpe
jij / je pijpe
hij / zij / het pijpe
wij / we pijpen
jullie pijpen
zij / ze pijpen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pijpte
jij / je pijpte
hij / zij / het pijpte
wij / we pijpten
jullie pijpten
zij / ze pijpten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pijp
jullie (archaïsch) pijpt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pijpen
Tegenwoordig deelwoord
pijpend
Voltooid deelwoord
gepijpt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary