HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pijpeneren — definición

Conjugation of pijpeneren

Regular CEFR B2
/ˌpɛi̯.pəˈneː.rə(n)/

to smoke a pipe Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pijpeneer
jij / je pijpeneert
hij / zij / het pijpeneert
wij / we pijpeneren
jullie pijpeneren
zij / ze pijpeneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pijpeneerde
jij / je pijpeneerde
hij / zij / het pijpeneerde
wij / we pijpeneerden
jullie pijpeneerden
zij / ze pijpeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pijpenere
jij / je pijpenere
hij / zij / het pijpenere
wij / we pijpeneren
jullie pijpeneren
zij / ze pijpeneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik pijpeneerde
jij / je pijpeneerde
hij / zij / het pijpeneerde
wij / we pijpeneerden
jullie pijpeneerden
zij / ze pijpeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pijpeneer
jullie (archaïsch) pijpeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pijpeneren
Tegenwoordig deelwoord
pijpenerend
Voltooid deelwoord
gepijpeneerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary