Betekenis van bom | Babel Free
bɔmDefinities
- vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
- vrouw die ervoor gekozen heeft om zonder partner kinderen groot te brengen
- vissersboot
- stop van een vat
-
primeur, sensatie figuratively
-
heftige, plotselinge, schadelijke gebeurtenis figuratively
Voorbeelden
“Er werd een bom ontdekt in het treinstation.”
A bomb was discovered in the train station.
“De bommen vielen op de stad tijdens de luchtaanval.”
The bombs fell on the city during the air raid.
“Er is recentelijk weer een bom op een Pakistaanse stad gegooid.”
“Pas toen een bom van vijfhonderd kilo tweeënvijftig mensen in één gebouw in Malaga doodde en in het Regina Hotel een meisje haar beide benen verloor op de avond voor haar trouwen, werden ze wakker geschud uit hun verdoving.”
“Het bijzondere aan alleen reizen is dat je nieuwe mensen ontmoet. Thuis verkeerde ik meestal in mijn vertrouwde kringetjes. Na drie weken alleen te hebben gelopen, kwam ik op een dag bij een beekje vier jongens tegen die languit in het stof lagen uit te rusten. Het leek alsof er een bom was ontploft want er lag van alles op de grond om hen heen.”
“De bom barstte.”
“Ze zag er misselijk uit, alsof ze wachtte tot de bom zou ontploffen.”
“De woorden vielen als een bom tussen hen in.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free