HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

zuster

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR A2 Frequent
ˈzʏstər

Definities

  1. vrouwelijk kind van dezelfde ouders, zus
  2. verpleegster in een ziekenhuis
  3. non, kloosterlinge
  4. vrouw die tot hetzelfde kerkgenootschap behoort
  5. vrouwelijke kameraad in een politieke strijd

Equivalenten

49 andere talen
Afrikaanssuster
العربيةأخت
Беларускаясястра
Българскисестра́
Catalàgermana
Cymraegchwaer
Dansksøster
Ελληνικάαδελφή
Esperantofratino
فارسیخواهر
Gàidhligpiuthar
עבריתאחות
हिन्दीबहनबहनें
Հայերենքույր
Italianosorellasuora
ქართულიდა
한국어자매
Kurdîsister
Latinasoror
LëtzebuergeschSchwëster
Lietuviųsesuo
Latviešumasa
Македонскисестра
Maltioħt
Nederlandszus
Polskisiostra
Portuguêsirmã
Românăsora
Slovenčinasestra
Slovenščinasestra
Shqipmotër
Svenskasyster
Українськасестрасестрин
中文姐妹
繁體中文姐妹

Voorbeelden

Johannes biedt zijn zuster een kijkje op de verkoop van tabak, kaneel en koffie, zijde en zout.”
Dit is haar eerste dag in Amsterdam en haar man en zijn zuster hebben haar nog geen enkele vraag gesteld, al geeft dit twistgesprek over geld haar de gelegenheid om haar bruidegom heimelijk te bestuderen.”
“'Waaraan is onze zuster Maren Brandt gestorven?' Nella ziet haar dode schoonzuster voor zich, de bebloede lakens, de pasgeboren Thea, de verstrengelde ledematen van Otto en Maren, hun geheimen diep in Marens levende lichaam begraven.”

ERK-niveau

A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
See all A2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk zuster gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free