HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← maren — definition

Conjugation of maren

Regular CEFR C2
ˈmaː.rə(n)

to announce, to make known Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik maar
jij / je maart
hij / zij / het maart
wij / we maren
jullie maren
zij / ze maren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik maarde
jij / je maarde
hij / zij / het maarde
wij / we maarden
jullie maarden
zij / ze maarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mare
jij / je mare
hij / zij / het mare
wij / we maren
jullie maren
zij / ze maren
Aanvoegende wijs — verleden
ik maarde
jij / je maarde
hij / zij / het maarde
wij / we maarden
jullie maarden
zij / ze maarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij maar
jullie (archaïsch) maart

Onbepaalde vormen

Infinitief
maren
Tegenwoordig deelwoord
marend
Voltooid deelwoord
gemaard

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary