HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

zout

Zelfstandig naamwoord CEFR B2 Frequent
zɑu̯t

Definities

  1. alledaagse naam voor keukenzout bedoeld (natriumchloride)
  2. een verbinding die bestaat uit een metaal en een zuurrest
  3. een van de vijf smaken

Equivalenten

Englishsaltsalty
Españolsalsalar
FrançaissalerSaltsel
23 andere talen
Afrikaanssout
Българскисол
Bosanskišal
Češtinaosolitsálsolitsolnýsůl
Gàidhligsalann
Galegosal
Hrvatskišal
日本語shioしお
한국어
Nederlandszouten
Slovenčinasoľ
Српскиšal
Türkçetuztuzluluk
Українськасільсольовий
Tiếng Việtmuốimuộimườimuối ăn
中文加鹽

Voorbeelden

Wie heeft er twee kilo zout in mijn soep gedaan? Nu smaakt het ranzig!”

Who's put two kilogrammes of salt in my soup? It tastes putrid now!

Kunt u het zout even doorgeven?”
“('Mag ik het zout even?' 'Natúúrlijk!') Gek genoeg leek Joy mijn rol te hebben overgenomen, ze was bijzonder spraakzaam en richtte haar pijlen volledig op de ober.”
“Ze kon het zout in de lucht bijna proeven.”
Salmiak is een zout van ammonia en zoutzuur.”
Het was fascinerend om te zien hoeveel zout ik verloor: na dagen zonder douche stond mijn shirt stijf van de zoute strepen en bleef het bijna rechtop staan.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk zout gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free