vraag
Equivalenten
Voorbeelden
“Hij stelde zijn⟳ leerkracht een vraag.”
“`Op die vraag zijn⟳ meerdere antwoorden⟳ mogelijk; zei ik.”
“De vier cursisten waren⟳ tussen de 70 en 80 jaar en stelden allerlei vragen⟳ aan deze nieuwe vogel aan tafel.”
“Tijdens de eerste paar weken⟳ van mijn tocht bleef de vraag mij bezighouden of alleen op pad gaan⟳ egoïstisch was? Ja, mijn solotocht was in sommige opzichten zeker egoïstisch.”
“Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen⟳ zijn⟳ bij de laatste fase van het storten⟳, toen het ongeluk plaatsvond.”
“In Nederland is er veel vraag naar brandstof, net als in de rest van de wereld.”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free