HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← groeien — definición

Conjugation of groeien

Regular CEFR B1
/ˈɣrui̯ə(n)/

groter worden; toenemen in aantal Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik groei
jij / je groeit
hij / zij / het groeit
wij / we groeien
jullie groeien
zij / ze groeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik groeide
jij / je groeide
hij / zij / het groeide
wij / we groeiden
jullie groeiden
zij / ze groeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik groeie
jij / je groeie
hij / zij / het groeie
wij / we groeien
jullie groeien
zij / ze groeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik groeide
jij / je groeide
hij / zij / het groeide
wij / we groeiden
jullie groeiden
zij / ze groeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij groei
jullie (archaïsch) groeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
groeien
Tegenwoordig deelwoord
groeiend
Voltooid deelwoord
gegroeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary