HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← merken — definition

Conjugation of merken

Regular CEFR B1
ˈmɛrkə(n)

iets waarnemen of herkennen, gewaarworden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik merk
jij / je merkt
hij / zij / het merkt
wij / we merken
jullie merken
zij / ze merken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik merkte
jij / je merkte
hij / zij / het merkte
wij / we merkten
jullie merkten
zij / ze merkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik merke
jij / je merke
hij / zij / het merke
wij / we merken
jullie merken
zij / ze merken
Aanvoegende wijs — verleden
ik merkte
jij / je merkte
hij / zij / het merkte
wij / we merkten
jullie merkten
zij / ze merkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij merk
jullie (archaïsch) merkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
merken
Tegenwoordig deelwoord
merkend
Voltooid deelwoord
gemerkt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary