HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stemmen — definition

Conjugation of stemmen

Regular CEFR B1
ˈstɛmə(n)

een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stem
jij / je stemt
hij / zij / het stemt
wij / we stemmen
jullie stemmen
zij / ze stemmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stemde
jij / je stemde
hij / zij / het stemde
wij / we stemden
jullie stemden
zij / ze stemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stemme
jij / je stemme
hij / zij / het stemme
wij / we stemmen
jullie stemmen
zij / ze stemmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stemde
jij / je stemde
hij / zij / het stemde
wij / we stemden
jullie stemden
zij / ze stemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stem
jullie (archaïsch) stemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stemmen
Tegenwoordig deelwoord
stemmend
Voltooid deelwoord
gestemd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary