HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

kroon

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B2 Frequent
kroːn

Definities

  1. hoofddeksel dat door een vorst [1] gedragen wordt
  2. metafoor voor de “vorst”
    figuratively
  3. iets wat belangrijk of het belangrijkste is, vooral gebruikt in samenstellingen
    figuratively
  4. verwijzing naar de vorm van [1]
    figuratively
  5. benaming voor verschillende munteenheden gebruikt in Denemarken, IJsland, Noorwegen, Tsjechië en Zweden
  6. munstuk met de waarde van 1 kroon
  7. een lichtbron bestaande uit een krans van lichtbronnen

Equivalenten

39 andere talen

Voorbeelden

“De koning droeg zijn⟳ kroon.”
“Daarvoor is toestemming van de kroon noodzakelijk.”
“De kroongetuige bleek niet betrouwbaar te zijn⟳.”
“Hij heeft een kroon in zijn⟳ gebit.”
“Ik heb kiespijn,’ zegt Jan Mulder aan de telefoon. ‘Er is een kroon uitgevallen. Een zenuw is ontstoken, drie kronen⟳ moeten⟳ worden⟳ vervangen⟳ en aan de andere kant zit een gaatje, dus eten⟳ lukt me alleen nog met de voortanden.’”
“Als ingenieur in dienst van de Noorse staat zou zijn⟳ loon 600 Noorse kronen⟳ per jaar zijn⟳ geweest plus vrije kost en inwoning, dat wilde zeggen⟳ het recht om te wonen⟳ zoals hij nu woonde maar dan met zes of zeven⟳ meter hoge sneeuwhopen voor het huis.”
“Na het aansteken de kaarsen werd de kroon weer opgehesen.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk kroon gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free