HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zeven — definition

Conjugation of zeven

Regular CEFR A2
ˈzeː.və(n)

de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zeef
jij / je zeeft
hij / zij / het zeeft
wij / we zeven
jullie zeven
zij / ze zeven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zeefde
jij / je zeefde
hij / zij / het zeefde
wij / we zeefden
jullie zeefden
zij / ze zeefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zeve
jij / je zeve
hij / zij / het zeve
wij / we zeven
jullie zeven
zij / ze zeven
Aanvoegende wijs — verleden
ik zeefde
jij / je zeefde
hij / zij / het zeefde
wij / we zeefden
jullie zeefden
zij / ze zeefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zeef
jullie (archaïsch) zeeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
zeven
Tegenwoordig deelwoord
zevend
Voltooid deelwoord
gezeefd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary