HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kronen — definición

Conjugation of kronen

Regular CEFR C2
/ˈkroːnə(n)/

iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kroon
jij / je kroont
hij / zij / het kroont
wij / we kronen
jullie kronen
zij / ze kronen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kroonde
jij / je kroonde
hij / zij / het kroonde
wij / we kroonden
jullie kroonden
zij / ze kroonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik krone
jij / je krone
hij / zij / het krone
wij / we kronen
jullie kronen
zij / ze kronen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kroonde
jij / je kroonde
hij / zij / het kroonde
wij / we kroonden
jullie kroonden
zij / ze kroonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kroon
jullie (archaïsch) kroont

Onbepaalde vormen

Infinitief
kronen
Tegenwoordig deelwoord
kronend
Voltooid deelwoord
gekroond

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary