HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van afgaan | Babel Free

Werkwoord CEFR B2 Standard
ˈɑfxaːn

Definities

  1. naar beneden gaan
    ergative
  2. afgeschoten worden, in werking gebracht worden
    ergative
  3. een slechte indruk nalaten
    ergative
  4. ~ op zich baseren op
    ergative
  5. naar iets toegaan, bezoeken
    ergative
  6. van iets vandaan gaan, verlaten, zich verwijderen, weggaan
    ergative
  7. verminderen, verzwakken, afnemen
    ergative
  8. stoelgang hebben, ontlasting hebben
    ergative
  9. lukken, bedreven zijn
    ergative

Equivalenten

Voorbeelden

“hij ging de trap af”
“het geweer ging af”
“de wekker ging af”
“Chantal hoorde een serie alarmbellen in haar hoofd afgaan.”
“hij ging af als een gieter”
“ik zou er maar niet te veel op afgaan”
“hij ging op hem af”
“vrienden en kennissen afgaan”
“hij ging van school af”
“de koorts gaat af”
“Nederlands spreken gaat hem goed af, maar het schrijven is wat minder.”
“Iets wat haar slecht afging, aangezien ze al vijfendertig jaar was getrouwd met een man die ze verafgoodde.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk afgaan gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free