Betekenis van afgaan | Babel Free
ˈɑfxaːnDefinities
-
naar beneden gaan ergative
-
afgeschoten worden, in werking gebracht worden ergative
-
een slechte indruk nalaten ergative
-
~ op zich baseren op ergative
-
naar iets toegaan, bezoeken ergative
-
van iets vandaan gaan, verlaten, zich verwijderen, weggaan ergative
-
verminderen, verzwakken, afnemen ergative
-
stoelgang hebben, ontlasting hebben ergative
-
lukken, bedreven zijn ergative
Equivalenten
Voorbeelden
“hij ging de trap af”
“het geweer ging af”
“de wekker ging af”
“Chantal hoorde een serie alarmbellen in haar hoofd afgaan.”
“hij ging af als een gieter”
“ik zou er maar niet te veel op afgaan”
“hij ging op hem af”
“vrienden en kennissen afgaan”
“hij ging van school af”
“de koorts gaat af”
“Nederlands spreken gaat hem goed af, maar het schrijven is wat minder.”
“Iets wat haar slecht afging, aangezien ze al vijfendertig jaar was getrouwd met een man die ze verafgoodde.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free