HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spreken — definición

Conjugation of spreken

Regular CEFR A1
/ˈspreːkə(n)/

zich met behulp van de stem kunnen uiten in een bepaald taal Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spreek
jij / je spreekt
hij / zij / het spreekt
wij / we spreken
jullie spreken
zij / ze spreken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sprak
jij / je sprak
hij / zij / het sprak
wij / we spraken
jullie spraken
zij / ze spraken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spreke
jij / je spreke
hij / zij / het spreke
wij / we spreken
jullie spreken
zij / ze spreken
Aanvoegende wijs — verleden
ik sprake
jij / je sprake
hij / zij / het sprake
wij / we spraken
jullie spraken
zij / ze spraken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spreek
jullie (archaïsch) spreekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
spreken
Tegenwoordig deelwoord
sprekend
Voltooid deelwoord
gesproken

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary