HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van voordeur | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B2 Frequent
ˈvoːr.døːr

Definities

de hoofddeur aan de voorzijde van een gebouw of woning

Voorbeelden

“Ze liepen naar de voordeur en belden aan.”

They walked up to the front door and rang the bell.

“Ik heb mijn sleutels in huis gelaten; kan je de voordeur voor me openen?”

I left my keys inside; can you open the front door for me?

“De voordeur was versierd met kerstkransen.”

The front door was adorned with Christmas wreaths.

“Als je wilt dat iemand de voordeur voor je openmaakt moet je eerst aanbellen.”
“Ik hoorde de sleutel in het slot van de voordeur.”
“Maar heb jij je nooit afgevraagd waar jij mee bezig bent? Hoe nuttig het is om vijf, zes keer per jaar dezelfde persoon van straat te moeten plukken? Om dezelfde voordeur steeds weer te moeten openbreken? Jij voelt je de redder van de mensheid.”
“Het zijn schoenen die je niet kapot kunt krijgen, schoenen die nog trouw bij de voordeur staan te wachten als je enkels het allang niet meer doen van de artritis.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk voordeur gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free