HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van trouw | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B1 Frequent
trɑu̯

Definities

  1. naleving van een (morele) verbintenis
  2. huwelijk en de uitsluitende gerichtheid op de partner in een huwelijk of vaste relatie

Equivalenten

Voorbeelden

“Groot is Uw trouw, o Heer.”

Great is Thy faithfulness, oh Lord.

“Die lieve, integere Italiaan met zijn theorieën over familiebanden en over tradities in zijn dorp, over trouw zijn aan de gemeenschap, aan elkaar.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk trouw gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free