HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

deken

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B2 Frequent
ˈdeːkə(n)

Definities

  1. een (vaak dikke) doek, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden (tijdens de slaap)
  2. voorzitter van de Nederlandse orde van advocaten
  3. een kerkelijk of academisch ambt en territoriale eenheid
  4. hoofd van een decanaat

Equivalenten

33 andere talen

Voorbeelden

Een deken van sneeuw bedekt de winterse tuin, die zich 's zomers met kleurige dekens van bloemen siert

A blanket of snow covers the wintery garden, which in summer is ornate by colorful flower blankets

“Ze zaten op de her en der verspreide strobalen, op het stro op de grond of op dekens, en sommigen hadden een deken om zich heen geslagen.”
“`Ach Pietje,' zei Sint, 'in die grauwe deken ben ik toch Sinterklaas.'”
“De ochtendjas waar ze met een driftige beweging in schoot voelde aan als een extra deken op een zwoele zomernacht.”
Een slecht functionerende advocaat kan door de deken uit zijn ambt worden gezet.”
“De deken staat boven de pastoor en onder de bisschop in de katholieke hiërarchie.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk deken gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free