Betekenis van uitgang | Babel Free
/ˈœy̯txɑŋ/Voorbeelden
“Waar is de uitgang van dit gebouw?”
Where is the exit of this building?
“De brandweer wees ons naar de dichtstbijzijnde uitgang.”
The fire department directed us to the nearest exit.
“Neem de uitgang aan je linkerhand.”
Take the exit on your left.
“De uitgang van het apparaat is beschadigd.”
The output of the device is damaged.
“Controleer de audio-uitgang voordat je de speakers aansluit.”
Check the audio output before connecting the speakers.
“Deze laptop heeft meerdere USB uitgangen.”
This laptop has multiple USB outputs.
“In het Nederlands hebben veel werkwoorden een regelmatige uitgang.”
In Dutch, many verbs have a regular ending.
“De uitgang van een woord kan zijn betekenis veranderen.”
The termination of a word can change its meaning.
“Hij worstelde met de juiste grammaticale uitgang te vinden.”
He struggled to find the correct grammatical ending.