HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beletten — definition

Conjugation of beletten

Regular CEFR C2
bəˈlɛtə(n)

iets of iemand storen in zijn/haar bezigheden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik belet
jij / je belet
hij / zij / het belet
wij / we beletten
jullie beletten
zij / ze beletten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belette
jij / je belette
hij / zij / het belette
wij / we beletten
jullie beletten
zij / ze beletten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belette
jij / je belette
hij / zij / het belette
wij / we beletten
jullie beletten
zij / ze beletten
Aanvoegende wijs — verleden
ik belette
jij / je belette
hij / zij / het belette
wij / we beletten
jullie beletten
zij / ze beletten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij belet
jullie (archaïsch) belet

Onbepaalde vormen

Infinitief
beletten
Tegenwoordig deelwoord
belettend
Voltooid deelwoord
belet

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary