Betekenis van kooi | Babel Free
/koːi̯/Voorbeelden
“Zij houdt samen met haar man kanaries in een kooi.”
She keeps canaries in a cage together with her husband.
“De visser lag al in zijn kooi.”
The fisherman was already lying in his bunk.
“Zij houdt samen met haar man kanaries in een kooi.”
She keeps canaries in a cage together with her husband.
“De visser lag al in zijn kooi.”
The fisherman was already lying in his bunk.