HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

plank

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B2 Standard
plɑŋk

Definities

  1. een plat en langwerpig stuk hout
  2. een plank om iets op te zetten -> schap

Equivalenten

10 andere talen

Voorbeelden

“Hij draagt een plank naar binnen met herenbrood en een ronde, Goudse kaas voor Nella.”
“Maar om te zorgen⟳ dat de boog niet instortte in de harde wind moest je een vakwerk van hout en planken bouwen⟳ dat vanaf de bodem van het dal omhoogging — er waren⟳ enorme hoeveelheden hout nodig om de ondersteuning sterk genoeg te maken⟳.”
“Op de plank staat ook een vreemd uitziende lamp met de vleugels van een vogel en het hoofd en de borsten⟳ van een vrouw.”
“Op mijn eigen plank staat een aardig rijtje.”
“Hij viel over de stapel planken die voor de deur waren⟳ neergelegd.”
“Deze kleine porties klokten we in een noodvaart naar binnen en ik bestelde meteen een aantal nieuwe planken proefglazen voor de hele tafel.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk plank gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free