HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van agenda | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR B2 Frequent
ɑˈɣɛn.daː

Definities

  1. een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
  2. een lijst van te bespreken punten op een vergadering
  3. lijst van verplichtingen in het algemeen

Equivalenten

العربية مخطط
Català agenda
Čeština diář plánovač
English agenda calendar card Planner
Español agenda
Français planner
한국어 계획자 설계자
Kurdî ajanda
Latina metator
Nederlands planner
Português agenda

Voorbeelden

“Je moet nog een nieuwe agenda kopen.”
“Zijn naam staat in de agenda. In jouw handschrift.”
“'Ik zal even in mijn agenda kijken - o, nee, nergens voor nodig.”
“Ze had hem een agenda getoond waaruit bleek dat haar van hogerhand per week drie mannen werden toegewezen.”
“We hebben vandaag een volle agenda.”
“Waar ze wel meesterlijk in zijn geslaagd: de nieuwe wapenwedloop weer op de politieke en publieke agenda zetten.”
“Het alleen zijn maakte me juist wakker. Wellicht was ik door mijn drukke agenda thuis wat mat en ingeslapen geraakt.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk agenda gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free