Betekenis van natie | Babel Free
ˈnaː.(t)siDefinities
een groep mensen (volk) die zich door gemeenschappelijke taal, cultuur of politieke geschiedenis verbonden voelt en een staat vormen
Equivalenten
Español
nación
Voorbeelden
“1997, C.M. Ridderikhoff, "Het academisch leven in de Republiek. Een breuk met middeleeuwse tradities?", in Universitaire folklore en rituelen: Symposium van de vakgroep geschiedenis van de Universiteit Utrecht op 21 juni 1996, Utrechtse Historische Cahiers, 18, issue 1, 16. Zij waren namelijk afsplitsingen van een groter geheel, als het ware universitates binnen de universitas, volledig toegerust met alle insignia die bij een onafhankelijke vereniging behoorden: eigen voorzitters, pedellen, een fiscus, een zegel, en in één geval, de Germaanse natie aan de universiteit van Orléans, zelfs toegerust met een eigen bibliotheek.”
(please add an English translation of this quotation)
“Dit blijkt uit een geval in 1652, toen de Groningse student Karel Vijgh weigerde om lid van de Gelders-Overijsselse natie te worden.”
“De naties van de Europese Unie zijn begonnen aan een gemeenschappelijke politieke ontwikkeling.”
“Het was een benoemer, zo iemand die de godganse dag aan de voltallige natie meedeelt wat hij aan het doen is, ervan uitgaande dat de hele wereld daar ontstellend in is geïnteresseerd.”
“Meteen na de oorlog introduceerde Tito één centraal én gratis onderwijssysteem met schoolboeken waarin onze prachtige natie en natuurlijk de heldendaden van onze maarschalk werden bezongen.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free