Conjugation of verontschuldigen
/vərˌɔntˈsxʏldəɣə(n)/spijt betuigend meedelen dat men niet kan komen of juist weg moet gaan Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verontschuldig |
| jij / je | verontschuldigt |
| hij / zij / het | verontschuldigt |
| wij / we | verontschuldigen |
| jullie | verontschuldigen |
| zij / ze | verontschuldigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | verontschuldigde |
| jij / je | verontschuldigde |
| hij / zij / het | verontschuldigde |
| wij / we | verontschuldigden |
| jullie | verontschuldigden |
| zij / ze | verontschuldigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | verontschuldige |
| jij / je | verontschuldige |
| hij / zij / het | verontschuldige |
| wij / we | verontschuldigen |
| jullie | verontschuldigen |
| zij / ze | verontschuldigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | verontschuldigde |
| jij / je | verontschuldigde |
| hij / zij / het | verontschuldigde |
| wij / we | verontschuldigden |
| jullie | verontschuldigden |
| zij / ze | verontschuldigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verontschuldig |
| jullie (archaïsch) | verontschuldigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | verontschuldigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | verontschuldigend |
Voltooid deelwoord
| — | verontschuldigd |