HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lenen — definition

Conjugation of lenen

Regular CEFR B1
ˈleːnə(n)

iets wat eigendom is van een ander tijdelijk gebruiken, al dan niet in ruil voor een kleine vergoeding Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leen
jij / je leent
hij / zij / het leent
wij / we lenen
jullie lenen
zij / ze lenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leende
jij / je leende
hij / zij / het leende
wij / we leenden
jullie leenden
zij / ze leenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lene
jij / je lene
hij / zij / het lene
wij / we lenen
jullie lenen
zij / ze lenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik leende
jij / je leende
hij / zij / het leende
wij / we leenden
jullie leenden
zij / ze leenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leen
jullie (archaïsch) leent

Onbepaalde vormen

Infinitief
lenen
Tegenwoordig deelwoord
lenend
Voltooid deelwoord
geleend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary