HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← repareren — definición

Conjugation of repareren

Regular CEFR B1
/ˌreː.paːˈreː.rə(n)/

iets weer in werkende staat brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik repareer
jij / je repareert
hij / zij / het repareert
wij / we repareren
jullie repareren
zij / ze repareren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik repareerde
jij / je repareerde
hij / zij / het repareerde
wij / we repareerden
jullie repareerden
zij / ze repareerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik reparere
jij / je reparere
hij / zij / het reparere
wij / we repareren
jullie repareren
zij / ze repareren
Aanvoegende wijs — verleden
ik repareerde
jij / je repareerde
hij / zij / het repareerde
wij / we repareerden
jullie repareerden
zij / ze repareerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij repareer
jullie (archaïsch) repareert

Onbepaalde vormen

Infinitief
repareren
Tegenwoordig deelwoord
reparerend
Voltooid deelwoord
gerepareerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary