HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← installeren — definition

Conjugation of installeren

Regular CEFR C1
ˌɪnstɑˈlerə(n)

plaatsen van toestellen, het daarop aansluiten van geleidingen zodat een praktisch bruikbare inrichting wordt verkregen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik installeer
jij / je installeert
hij / zij / het installeert
wij / we installeren
jullie installeren
zij / ze installeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik installeerde
jij / je installeerde
hij / zij / het installeerde
wij / we installeerden
jullie installeerden
zij / ze installeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik installere
jij / je installere
hij / zij / het installere
wij / we installeren
jullie installeren
zij / ze installeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik installeerde
jij / je installeerde
hij / zij / het installeerde
wij / we installeerden
jullie installeerden
zij / ze installeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij installeer
jullie (archaïsch) installeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
installeren
Tegenwoordig deelwoord
installerend
Voltooid deelwoord
geïnstalleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary