HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van kruis | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1 Frequent
krœy̯s

Definities

  1. geometrisch figuur waarin twee rechte lijnen elkaar snijden
  2. constructie van twee onder een hoek aan elkaar vastgemaakte onderdelen
  3. ongeluk of ellende
  4. symbolisch teken (het rode kruis, hakenkruis, Andreaskruis)
  5. christelijk religieus symbool afgeleid van de kruisiging van Jezus Christus
  6. militaire onderscheiding
  7. deel van het menselijk lichaam waar de benen samenkomen
  8. plaats waar de pijpen van een broek samenkomen
  9. teken in de muzieknotatie dat de verhoging van een toon met een halve stap aangeeft
  10. achterste deel van paardachtige dieren
  11. plusteken of maalteken
  12. een van de kruisverenigingen
  13. een van beide zijden van een munt
  14. folterwerktuig.
  15. bovendeel van een anker

Equivalenten

Беларуская крыж
Български кръст
Bosanski križ rod криж крст
Català crucifix
Čeština kříž krucifix
Deutsch Kruzifix
Ελληνικά σταυρός
English cross Crotch Crucifix Dagger Rood sharp
Esperanto krucifikso
Español crucifijo
Français croix crucifix vergée
Gaeilge ród
Galego crucifixo
ʻŌlelo Hawaiʻi keʻa
हिन्दी क्रूस सलीब
Hrvatski križ rod криж крст
Magyar kereszt
Bahasa Indonesia salib
Íslenska róðukross
日本語 磔刑像
한국어 십자고상
Kurdî krîz
Latina crux
Македонски крст распетие
Nederlands crucifix kruisbeeld
Polski krucyfiks krzyż
Português crucifixo cruz
Русский крест распятие
Slovenčina kríž
Slovenščina križ razpelo
Српски križ rod криж крст
Svenska krucifix
Tagalog krusipiho
Türkçe çarmıh
Українська криж розп'яття хрест
Tiếng Việt thánh giá

Voorbeelden

“Hij droeg een houten kruis om zijn nek.”

He wore a wooden cross around his neck.

“Teken een kruis in het vakje.”

Draw an X in the box.

“Het kruis is een symbool in veel religies.”

The cross is a symbol in many religions.

“Het familiewapen had een gouden kruis op een blauw veld.”

The family crest had a gold cross on a blue field.

“Jezus werd gekruisigd op een kruis.”

Jesus was crucified on a cross.

“Iedereen heeft zijn eigen kruis te dragen.”

Everyone has their own cross to bear.

“De broek scheurde bij zijn kruis.”

The pants tore at his crotch.

“De noot had een kruis, wat betekent dat hij een halve toon hoger moet worden gespeeld.”

The note had a sharp, meaning it should be played a half tone higher.

“Kies je kruis of munt?”

Do you choose heads or tails?

“' Ik zag dat Quick met trillende hand een dik zwart kruis bij 28 november in haar agenda zette.”
“Het kruis van Olaf toont zich in volledige en volle glorie aan me.”
“Als ik de volle maan zie sla ik vreemd genoeg altijd een kruis, kus mijn duim en wijs naar de maan als gebaar van dankbaarheid voor de rijke ervaringen in mijn leven en de mensen om mij heen.”
“Ook al ben ik geen katholiek, toch sla ik vaak een kruisje voor mijn borst.”
“In de tram was ik me bewust van mijn schaamlippen die tegen de naden van het kruis van de joggingbroek aan schuurden.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk kruis gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free