Betekenis van anker | Babel Free
ˈɑŋkərDefinities
- onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
- ijzeren voorwerp om muren, kozijnen en balken onderling te verbinden bijv. muuranker, balkanker, bintanker, blindanker, gevelanker, gripanker, haakanker, klauwanker, kozijnanker, sieranker, spouwanker, steenanker, strijkbalkanker, ankerplaat
- boogvormig deel in een uurwerk, dat met zijn beide armen beurtelings tussen de tanden van het schakelrad grijpt
- oude inhoudsmaat voor wijn en vishandel (35 liter) zie ook kwartanker
- poolstuk, weekijzer plaatje tussen polen van een magneet om sterkteverlies tegen te gaan
- roterend deel van dynamo's en motoren, vaak omwikkeld met geïsoleerd draad ringanker, zie echter ook kooianker
- afbeelding op het biljartlaken bij het ankerkaderspel
- symbool van hoop, vertrouwen, zekerheid
Equivalenten
English
Anchor
Voorbeelden
“We zagen de groteanker van het schip hangen aan de voorplecht.”
“Het oude gebouw had sierlijk bewerkte muurankers.”
“De slinger van de klok bracht het anker in beweging.”
“Hij had een paar ankers wijn gekocht om de winter door te komen.”
“Het kruis is het teken van het geloof, het hart is het teken van de liefde en het anker is het teken van de hoop.”
“Ik vroeg me af of zij de reden was dat ik niet net zo zelfverzekerd mijn anker bij hem kon uitgooien als hij mij zijn liefde had verklaard.”
“Ergens moest ze namelijk een houvast hebben. Een geestelijk anker dat voorkwam dat ze in een donker gat werd gezogen.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free