HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

klok

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B1 Frequent
klɔk

Definities

  1. een instrument dat de tijd bijhoudt
  2. een belvormige idiofoon, vooral bekend van kerktorens en carillons
  3. een akoustisch waarschuwingsmiddel waarmee men geluidssignalen aan de bevolking kan geven

Equivalenten

51 andere talen
Afrikaansklok
العربيةساعة
Българскичасовник
Bosanskibelreloj
Cymraegcloc
Danskur
Esperantohorloĝo
Eestikell
فارسیساعت
Gaeilgeclog
Gàidhliguaireadair
Galegosineiro
Hausaagogo
עבריתשעון
हिन्दीघड़ीघुंडी
Magyarőráóra
Հայերենժամացույց
Bahasa Indonesiabeljam
Íslenskaklukkaúr
日本語ベル時計
ქართულისაათი
Latviešupulkstenis
Bahasa Melayujam
Românăceas
Slovenščinaura
Shqipore
Српскиbelčasovnikreloj
Svenskaklockaur
తెలుగుగడియారం
Türkçecanzil
Tiếng Việtchướngđồng hồ
中文时钟時鐘
繁體中文時鐘

Voorbeelden

Als je wil weten hoe laat het is kijk je maar op de klok.”
Hoe laat is het?' Hoewel er een klok achter haar hing, draaide ze zich niet om.”
Maar hoe zat het met Isaac - met welke smoes konden ze hem hier houden? De pendule van de klok in de gang slingerde viermaal.”
“De klokken luiden voor de aanvang van de mis, maar ook bij gevaar.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk klok gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free