HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

juffrouw

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR B1 Frequent
ˈjʏfrɑu̯

Definities

  1. , gewoonlijk ongehuwde, vrouw
  2. lerares, onderwijzeres, juf

Equivalenten

1 andere talen
Kurdîmîss

Voorbeelden

“' Ik vroeg me af wat hij dacht - voelde hij zich gekwetst omdat ze hem niet had verteld dat ze ziek was, of was hij alleen maar geschokt en bedroefd omdat ze dood was? 'Ik wil graag dat u en juffrouw Rudge de begrafenis regelen⟳,' zei hij.”
“' 'Waarom niet? Wat denken⟳ ze dat ik heb gedaan?' 'Maakt u zich geen zorgen⟳, juffrouw Bastien.”
“Zou ik minder bang zijn⟳ geweest als ik had geweten dat me daar het testament van juffrouw Marjorie Quick zou worden⟳ voorgelezen? Ik zou het niet weten⟳.”
“Ze was toen nog maar een juffrouwtje, en een echte schoonheid.”
“De juffrouw riep ons terug van het schoolplein.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk juffrouw gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free