Betekenis van haatte | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van haten
form-of
Voorbeelden
“Ik haatte.”
“Jij haatte.”
“Hij, zij, het haatte.”
“Ik haatte dit soort geklauter en was dolblij toen de rotswand weer overging in sneeuw waarin ik stap voor stap nieuwe treden met mijn hiel hakte.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.