HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← treden — definition

Conjugation of treden

Regular CEFR B2
ˈtreːdə(n)

tegemoet treden: naar iets of iemand lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik treed
jij / je treedt
hij / zij / het treedt
wij / we treden
jullie treden
zij / ze treden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik trad
jij / je trad
hij / zij / het trad
wij / we traden
jullie traden
zij / ze traden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik trede
jij / je trede
hij / zij / het trede
wij / we treden
jullie treden
zij / ze treden
Aanvoegende wijs — verleden
ik trade
jij / je trade
hij / zij / het trade
wij / we traden
jullie traden
zij / ze traden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij treed
jullie (archaïsch) treedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
treden
Tegenwoordig deelwoord
tredend
Voltooid deelwoord
getreden

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary