HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

ei

Zelfstandig naamwoord CEFR B1 Frequent
ɛi̯

Definities

  1. betekenissen geordend van meest gangbaar naar meest omvattend
  2. dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
  3. ovaal voorwerp met harde schaal waarin een kuikentje groeit
  4. min of meer ronde huls met daarin een embryo en voedingsstoffen, zoals die door vrouwelijke dieren wordt gelegd of afgezet
  5. haploïde cel in de zaadknop
  6. vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting

Equivalenten

Englishegg
Españolhuevoóvulo
Françaiseggœuf
27 andere talen
Afrikaanseier
Българскияйце
Catalàou
Danskæg
DeutschEggEiHodenOvum
Esperantoovo
Suomimuna
Gaeilgeubh
Magyartojás
Bahasa Indonesiatelur
Italianoovulouovo
日本語
Latinaovum
Lietuviųkiaušinis
Portuguêsovo
Русскийяичкояйцо
Slovenščinajajce
Svenskaägg
Türkçeyumurta
Українськаяєчний
Tiếng Việttrứng cá
isiXhosaiqanda
中文慫恿
繁體中文慫恿

Voorbeelden

“Ik heb een ei gebakken voor het ontbijt.”

I fried an egg for breakfast.

Pasen is een feest waarbij veel eieren worden geschilderd.”

Easter is a festival where many eggs are painted.

“In deze doos zitten twaalf eieren.”

In this box, there are twelve eggs.

“Ik lust wel een lekker zachtgekookt ei.”
“De kippen kakelden in hun nestkast als ze een ei hadden gelegd, en het rook er naar olie en teer.”
Haar fles cannabisolie stond doodleuk tussen de mayo en de eieren in de ijskast.”
“De kip zat op een ei te broeden.”
Een kruisspin maakt een cocon om haar eitjes te beschermen.”
Het eitje komt vrij bij de eisprong.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk ei gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free