HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pasen — definición

Conjugation of pasen

Regular CEFR C2

to give, to pass Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik paas
jij / je paast
hij / zij / het paast
wij / we pasen
jullie pasen
zij / ze pasen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik paaste
jij / je paaste
hij / zij / het paaste
wij / we paasten
jullie paasten
zij / ze paasten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pase
jij / je pase
hij / zij / het pase
wij / we pasen
jullie pasen
zij / ze pasen
Aanvoegende wijs — verleden
ik paaste
jij / je paaste
hij / zij / het paaste
wij / we paasten
jullie paasten
zij / ze paasten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij paas
jullie (archaïsch) paast

Onbepaalde vormen

Infinitief
pasen
Tegenwoordig deelwoord
pasend
Voltooid deelwoord
gepaast

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary