HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← broeden — definition

Conjugation of broeden

Regular CEFR C2
ˈbrudə(n)

~ op: (een plan) in het geheim beramen, uitdenken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik broed
jij / je broedt
hij / zij / het broedt
wij / we broeden
jullie broeden
zij / ze broeden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik broedde
jij / je broedde
hij / zij / het broedde
wij / we broedden
jullie broedden
zij / ze broedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik broede
jij / je broede
hij / zij / het broede
wij / we broeden
jullie broeden
zij / ze broeden
Aanvoegende wijs — verleden
ik broedde
jij / je broedde
hij / zij / het broedde
wij / we broedden
jullie broedden
zij / ze broedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij broed
jullie (archaïsch) broedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
broeden
Tegenwoordig deelwoord
broedend
Voltooid deelwoord
gebroed

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary