Betekenis van echtgenoot | Babel Free
ˈɛ(xt)xəˌnoːtDefinities
- een mannelijke huwelijkspartner
- een huwelijkspartner
Voorbeelden
“Mijn echtgenoot en ik vieren binnenkort ons 25-jarig huwelijksjubileum.”
My husband and I will soon celebrate our 25th wedding anniversary.
“Ze is al veertig jaar gelukkig getrouwd met haar echtgenoot.”
She has been happily married to her husband for forty years.
“De rechten en plichten van een echtgenoot zijn wettelijk vastgelegd.”
The rights and duties of a spouse are legally defined.
“De vrouw en haar echtgenoot beleefden een romantische huwelijksreis.”
“Zouden de fysieke verschillen tussen wijlen mijn echtgenoot en mijn nieuwe vriend een logisch gevolg zijn van het verschil in hun levensstijl? Arend zat een groot deel van de dag in zijn werkkamer - met sigaar - waar hij klanten, architecten en onderaannemers ontving, terwijl Giorgos het grootste deel van zijn leven op een steiger stond.”
“En opeens was er ook geen echtgenoot.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free