HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vieren — definición

Conjugation of vieren

Regular CEFR A2
/ˈvirə(n)/

de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken (bijv. in de scheepvaart) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vier
jij / je viert
hij / zij / het viert
wij / we vieren
jullie vieren
zij / ze vieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vierde
jij / je vierde
hij / zij / het vierde
wij / we vierden
jullie vierden
zij / ze vierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik viere
jij / je viere
hij / zij / het viere
wij / we vieren
jullie vieren
zij / ze vieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik vierde
jij / je vierde
hij / zij / het vierde
wij / we vierden
jullie vierden
zij / ze vierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vier
jullie (archaïsch) viert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vieren
Tegenwoordig deelwoord
vierend
Voltooid deelwoord
gevierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary