Betekenis van pijnlijk | Babel Free
/ˈpɛi̯n.lək/Voorbeelden
“De val was erg pijnlijk.”
The fall was very painful.
“Ik heb een pijnlijke knie na het hardlopen.”
I have a painful knee after running.
“Een kiespijn kan zeer pijnlijk zijn.”
A toothache can be very painful.
“De scheiding was een pijnlijke ervaring voor beiden.”
The divorce was a painful experience for both.
“Het verliezen van een vriend is pijnlijk.”
Losing a friend is painful.
“Herinneringen aan die nacht zijn nog steeds pijnlijk voor haar.”
Memories of that night are still painful for her.
“Je opmerking was echt pijnlijk.”
Your comment was really hurtful.
“Het was een pijnlijk moment toen hij viel.”
It was an awkward moment when he fell.
“Die blunder was pijnlijk om naar te kijken.”
That blunder was embarrassing to watch.
“Ik heb een pijnlijke keel na het schreeuwen op het concert.”
I have a sore throat after screaming at the concert.
“Na de operatie had hij een pijnlijke wond.”
After the surgery, he had an aching wound.